ABS houdt uw wielen tijdens hard remmen draaiend, zodat u blijft sturen. Wat het systeem doet, hoe het voelt als het ingrijpt en wat het betekent als het ABS-lampje gaat branden.
ABS staat voor antiblokkeersysteem. Het voorkomt dat een wiel tijdens remmen stil komt te staan terwijl de auto nog rijdt. Dat klinkt als een detail, maar het is het verschil tussen sturen en glijden: een blokkerend wiel glijdt over het wegdek en volgt geen stuurbeweging meer, hoe hard u het stuur ook omgooit. Een wiel dat blijft draaien, blijft richting geven.
Het systeem meet daarvoor per wiel het toerental met een sensor. Zakt de snelheid van één wiel veel sneller dan die van de auto, dan staat dat wiel op het punt te blokkeren. De ABS-regeleenheid neemt dan tientallen keren per seconde de remdruk op dat wiel iets weg en zet hem er direct weer op. Zo blijft het wiel op de grens van grip werken, de plek waar de remweg het kortst is en u nog kunt sturen.
Belangrijk om te weten: ABS maakt uw remweg niet in alle gevallen korter. Op los grind of in verse sneeuw kan een blokkerend wiel zelfs iets eerder tot stilstand komen, omdat het materiaal zich voor de band opbouwt. Wat ABS wél altijd oplevert, is bestuurbaarheid tijdens een noodstop. Een uitgebreide technische beschrijving van het principe vindt u bij het artikel over het antiblokkeersysteem.
Veel bestuurders hebben ABS nog nooit voelen werken, want in het normale verkeer komt het niet in actie. Gebeurt het wel, dan schrikken mensen ervan: het rempedaal gaat hard en snel trillen onder uw voet, u hoort een ratelend of brommend geluid uit het motorcompartiment en soms voelt u een lichte schok in het stuur. Dat is geen storing. Dat is het systeem dat zijn werk doet.
De fout die daarbij het vaakst gemaakt wordt, is het pedaal lossen omdat het trillen onverwacht is. Doe dat niet. Blijf het pedaal met volle kracht ingedrukt houden en stuur tegelijk om het obstakel heen; dat is precies waarvoor ABS er is. Pompen op het pedaal, zoals bij auto's van voor de jaren negentig werd geleerd, werkt tegen het systeem in.
Wilt u weten hoe het in uw eigen auto voelt, kies dan een rustige, lege, droge weg zonder verkeer achter u en maak één stevige noodstop vanaf een lage snelheid. Eén keer bewust meemaken is genoeg om in een echte situatie niet te twijfelen.
Het ABS-lampje gaat bij het starten kort aan en hoort daarna uit te gaan. Blijft het branden of komt het tijdens het rijden op, dan heeft de regeleenheid het systeem uitgeschakeld. Uw gewone remmen blijven werken, want die werken mechanisch en hydraulisch door. Wat u kwijt bent, is de regeling bij hard remmen: bij een noodstop kunnen de wielen nu wel blokkeren. Houd dus extra afstand en ga het laten uitlezen.
De meest voorkomende oorzaak is een vervuilde of defecte wielsensor, of de kabel daarnaartoe die bij de wielkast beschadigd is geraakt. Ook een slecht contact of een te lage boordspanning kan de melding geven; een accu die aan het einde van zijn leven is, zet soms meerdere lampjes aan tegelijk. Welk onderdeel het precies is, leest de werkplaats uit het geheugen van de auto. Hoe dat uitlezen werkt, legden wij uit bij het uitlezen van een storingslampje, en wat de verschillende symbolen op uw dashboard betekenen staat in ons overzicht van waarschuwingslampjes in de auto.
Let op bij de APK. Een ABS-waarschuwing die blijft branden is een reden voor afkeuring, dus laat het vóór de keuring verhelpen in plaats van erna. Wat er bij een afkeuring gebeurt, beschrijven wij op de pagina over een afgekeurde APK. Een afspraak maakt u via de werkplaatsplanning; wij kijken op alle drie de vestigingen naar dit soort meldingen.
ABS staat niet op zichzelf. De wielsensoren die het systeem gebruikt, leveren ook de informatie voor de tractiecontrole en voor ESP, de elektronische stabiliteitsregeling. Tractiecontrole doet bij optrekken wat ABS bij remmen doet: het remt een doorslippend wiel af of neemt motorvermogen weg. ESP gaat een stap verder en vergelijkt waar u heen stuurt met waar de auto werkelijk heen gaat; wijkt dat af, dan remt het systeem één enkel wiel af om de auto weer in lijn te brengen.
Omdat ze dezelfde sensoren delen, gaan deze lampjes vaak samen aan. Een defecte wielsensor schakelt in de praktijk ABS, tractiecontrole en ESP in één keer uit. Dat verklaart waarom een kleine storing zo veel meldingen oplevert, en ook waarom het de moeite is er niet mee te blijven rondrijden: u mist dan drie systemen die juist ingrijpen op het moment dat het ertoe doet. Meer uitleg over remtechniek en onderhoud vindt u bij het vervangen van remmen en in onze kennisbank.
Rijden kan, want uw remmen werken gewoon door. Maar de regeling bij hard remmen is weg, dus bij een noodstop kunnen de wielen blokkeren en verliest u de besturing. Houd meer afstand, pas uw snelheid aan en laat het op korte termijn uitlezen. Voor de APK moet het hoe dan ook verholpen zijn.
Als dat alleen gebeurt bij zeer hard remmen of op een glad wegdek, dan is dat het ABS dat ingrijpt en is er niets aan de hand. Trilt of pulseert het pedaal juist bij normaal, rustig remmen, dan gaat het eerder om kromme remschijven of ongelijke slijtage en is controle in de werkplaats verstandig.
Voor nieuwe personenauto's in Europa is ABS al sinds 2004 verplicht, en veel modellen hadden het daarvoor al. Een occasion uit de laatste twintig jaar heeft het dus praktisch altijd. Bij een oudere klassieker kan het ontbreken; dat staat in de uitvoeringsgegevens van de auto.
Indirect wel. De wielsensoren en hun kabels zitten bij de wielnaaf en de wielkast, en een flinke klap, een stoeprand of werk aan de ophanging kan een sensor of kabel beschadigen. Komt het lampje op kort na zo'n moment, meld dat dan bij de werkplaats; het scheelt zoektijd bij het vaststellen van de oorzaak.
Plan online een afspraak bij de vestiging bij u in de buurt: Bergschenhoek, Rotterdam-Ommoord of Delfgauw.
Afspraak maken