Home › Kennisbank

Aquaplaning voorkomen: profiel, snelheid en spoorvorming

Aquaplaning ontstaat als uw band het water niet snel genoeg kan afvoeren. Profieldiepte, bandenspanning en snelheid bepalen samen of dat gebeurt.

Wat er bij aquaplaning gebeurt

Bij een natte weg duwt uw band het water opzij en voert het af via de groeven in het profiel. Zolang dat lukt, blijft rubber contact houden met het asfalt. Komt er meer water op de band dan hij kan afvoeren, dan vormt zich een wig van water tussen band en wegdek. De band drijft dan letterlijk; dat is aquaplaning. Sturen en remmen hebben op dat moment geen effect meer, omdat er niets is om kracht op over te brengen.

Drie factoren bepalen samen wanneer dat gebeurt: de hoeveelheid water, de snelheid en de staat van uw banden. Aan de eerste kunt u weinig doen. Aan de andere twee wel, en dat is precies waar de winst zit.

Profieldiepte: waar de grens echt ligt

De wettelijke minimumdiepte van het bandenprofiel is in Nederland 1,6 millimeter. Dat is de grens die de RDW bij de APK aanhoudt; daaronder wordt uw auto afgekeurd. Die 1,6 millimeter is een ondergrens voor de keuring, geen advies voor natte wegen. Bandenfabrikanten en de ANWB adviseren al jaren om zomerbanden bij ongeveer 3 millimeter te vervangen en winterbanden bij ongeveer 4 millimeter.

Het verschil is groot. Een band met 3 millimeter profiel voert bij 80 kilometer per uur beduidend meer water af dan dezelfde band met 1,6 millimeter. De remweg op nat wegdek loopt met versleten profiel flink op, terwijl u op droog asfalt nauwelijks iets merkt. Daardoor is bandenslijtage een risico dat u pas voelt op het moment dat het misgaat.

Meten kunt u zelf met een muntstuk of een profieldieptemeter. Hoe dat precies gaat, staat op onze pagina over het controleren van uw bandenprofiel. Let daarbij ook op onregelmatige slijtage: is de binnen- of buitenkant veel verder versleten dan het midden, dan staan de wielen scheef en hebt u uitlijnen nodig.

Bandenspanning telt zwaarder dan u denkt

Een zachte band wordt in het midden hol en drukt aan de randen. Daardoor staat juist het deel van het loopvlak met de beste waterafvoer niet meer goed op de weg. Te zachte banden vergroten het risico op aquaplaning dus, ook als het profiel nog ruim voldoende is.

Controleer de spanning koud, eens per maand, en houd de waarde aan die op de sticker in de deurstijl of in het tankklepje staat. Rijdt u met een volle auto of een caravan, dan geldt meestal een hogere waarde. Meer hierover leest u bij het controleren van de bandenspanning. Bij ons kunt u de spanning tijdens elke werkplaatsafspraak laten nakijken.

Spoorvorming en plassen op de snelweg

Op drukke snelwegen slijten sporen in het asfalt, precies op de plek waar de wielen rijden. In die sporen blijft water staan, ook als de rest van de weg al bijna droog is. De A12, A13 en A16 rond Rotterdam zijn stukken waar automobilisten dit regelmatig melden, zeker bij een eerste regenbui na een droge periode.

Rijd bij hevige regen niet exact in het spoor van de voorligger, maar iets ernaast als de rijstrook dat toelaat. Houd meer afstand dan u gewend bent: bij nat wegdek is een afstand van drie seconden tot uw voorligger een werkbare vuistregel. En matig uw snelheid vóór de plas, niet erin.

Wat u doet als uw auto gaat drijven

Het eerste wat u merkt, is dat het stuur licht wordt en de motor hoger gaat toeren zonder dat u sneller gaat. Haal dan uw voet van het gas en houd het stuur recht. Niet remmen en niet sturen: beide hebben geen effect zolang de band drijft, en ze werken ineens wél zodra het contact terugkeert. Dat laatste is wat auto's doet uitbreken.

Zodra u voelt dat de banden weer grip hebben, kunt u normaal verder. Heeft uw auto na zo'n moment een afwijkende stuurstand of een trilling, laat dat dan nakijken. Een harde klap tegen de rand van een spoor of een putdeksel kan een velg of de wielophanging beschadigen. U kunt daarvoor een afspraak in onze werkplaats maken; dat kan in Bergschenhoek, Rotterdam-Ommoord en Delfgauw.

Wat betekent dit voor u

De praktische conclusie is eenvoudig: controleer vóór het natte seizoen uw profiel en uw spanning, en vervang zomerbanden ruim voor de 1,6 millimeter. Dat scheelt remweg op nat wegdek en voorkomt dat u pas bij een plas merkt dat de banden op zijn. Combineer de controle met de bandenwissel, dan kost het u geen extra rit. Hoe dat bij ons loopt, staat op de pagina over bandenwissel en bandenhotel. Meer onderhoudsuitleg vindt u in onze kennisbank.

Veelgestelde vragen

Bij welke snelheid begint aquaplaning?

Er is geen vaste snelheid. Het hangt af van de waterdiepte, de profieldiepte, de bandenspanning en het gewicht van de auto. Met goed profiel gebeurt het op een natte weg zelden onder de 80 kilometer per uur. Met versleten banden en een flinke plas kan het al veel eerder. Snelheid minderen helpt altijd, omdat de band dan meer tijd heeft om water af te voeren.

Helpt ESP of ABS tegen aquaplaning?

Nee. ESP en ABS werken met de grip die de band nog heeft. Drijft de band op water, dan is er geen grip om mee te regelen en kunnen deze systemen niets doen. Ze helpen wel in het moment erna, wanneer het contact met het wegdek terugkeert.

Zijn brede banden gevoeliger voor aquaplaning?

Ja, in aanleg wel. Een brede band moet per centimeter loopvlak meer water verplaatsen dan een smalle. Moderne brede banden vangen dat deels op met diepere lengtegroeven, maar het blijft een reden om bij brede maten extra op profieldiepte te letten.

Mag ik met 1,6 millimeter profiel de winter in?

Wettelijk mag het, maar het is onverstandig. Bij 1,6 millimeter is de waterafvoer minimaal en loopt de remweg op nat asfalt sterk op. Zomerbanden vervangt u bij voorkeur rond 3 millimeter, winterbanden rond 4 millimeter.

Kan ik de profieldiepte bij jullie laten meten?

Ja, dat hoort bij elke onderhoudsbeurt en bij de APK, en u kunt er ook los langskomen. Wij meten op meerdere punten per band, zodat ook schuine slijtage opvalt.

Afspraak maken voor onderhoud of APK?

Plan online een afspraak bij de vestiging bij u in de buurt: Bergschenhoek, Rotterdam-Ommoord of Delfgauw.

Afspraak maken

Meer in de kennisbank