Bandenspanning controleren kost twee minuten en bepaalt uw remweg, verbruik en de levensduur van de banden. Hieronder leest u waar u de juiste waarden vindt, hoe u koud meet en wat de TPMS-melding betekent.
De juiste spanning hoort bij uw auto, niet bij de band. U vindt de waarden op een sticker in de deurstijl aan de bestuurderskant, in het tankklepje of op een plaatje in het handschoenenkastje. Staat de sticker er niet meer, dan noemt het instructieboekje ze ook.
Op zo'n sticker staan vaak twee kolommen: een waarde voor normale belading en een hogere waarde voor volle belading, bijvoorbeeld met vier personen en bagage. Rijdt u met een volle auto op vakantie, neem dan de tweede kolom. Veel auto's hebben voor en achter een verschillende waarde; verwissel die twee niet.
Heeft u andere maten onder de auto laten zetten dan af fabriek, dan kloppen de waarden op de sticker niet meer. In dat geval hoort er een nieuwe spanning bij de nieuwe maat. Twijfelt u, laat het dan in de werkplaats opzoeken; wij hebben de fabrieksgegevens per uitvoering.
Banden worden warm van rijden en lucht zet uit bij warmte. Daardoor meet u na een rit op de snelweg al snel 0,2 tot 0,3 bar te veel. De opgegeven spanning is altijd een koude waarde: gemeten voordat u bent gaan rijden, of na maximaal een paar kilometer rustig rijden.
Moet u toch warm meten omdat het tankstation verder weg ligt, laat de spanning dan staan en laat geen lucht ontsnappen. Lucht laten lopen bij warme banden geeft juist te lage spanning als ze afkoelen. Rond 0,2 bar boven de opgegeven waarde is bij warme banden normaal.
Controleer maandelijks en voor elke lange rit. Een band verliest ook zonder lek langzaam lucht, ongeveer een tiende bar per maand. Vergeet het reservewiel niet, als u er een heeft; dat zit er vaak jaren ongemerkt leeg bij.
Een zachte band vervormt meer, wordt warmer en slijt aan de buitenranden van het loopvlak. Dat kost profiel precies op de plek die uw grip in de bocht bepaalt. Hoe u dat profiel zelf nakijkt, staat op onze pagina over het bandenprofiel controleren.
Daarnaast rolt een zachte band zwaarder. Dat merkt u aan het verbruik: bij structureel te lage spanning rijdt u meetbaar onzuiniger, en bij een elektrische auto zakt de actieradius mee. Ook de remweg wordt langer en de auto reageert vager op stuurcommando's, vooral bij nat weer.
Te hoge spanning is ook niet de oplossing. Dan loopt de band in het midden van het loopvlak, slijt daar sneller en veert de auto harder. Wie veel te hard oppompt verliest juist contactvlak en daarmee grip.
Nieuwe personenauto's in de Europese Unie moeten sinds 1 november 2014 een systeem hebben dat de bandenspanning in de gaten houdt: TPMS. Er zijn twee soorten. Een direct systeem meet met een sensor in elk wiel. Een indirect systeem vergelijkt het toerental van de wielen en merkt zo dat er één sneller draait omdat hij zachter is.
Gaat het lampje aan, pomp dan eerst alle vier de banden op de juiste waarde. Daarna moet het systeem meestal opnieuw worden aangeleerd: bij een indirect systeem via een knop of het menu in de boordcomputer, bij een direct systeem met uitleesapparatuur. Blijft het lampje branden na het resetten, dan is er een sensor of een batterij in de sensor op. Sensorbatterijen gaan meestal enkele jaren mee en zijn niet los te vervangen.
Wisselt u van zomer- naar winterset, dan verhuizen de sensoren mee of zitten ze al in de tweede set velgen. Bij een bandenwissel met bandenhotel controleren wij de spanning en het TPMS-systeem standaard bij het omwisselen.
Bij elke onderhoudsbeurt en bij de APK gaat de spanning na, samen met het profiel, de leeftijd van de banden en onregelmatige slijtage. Loopt een band aan één kant af terwijl de spanning goed is, dan ligt de oorzaak vaak in de wieluitlijning; daarover leest u meer op de pagina over uitlijnen.
In onze vestigingen in Bergschenhoek, Rotterdam-Ommoord en Delfgauw doen wij dit voor elk merk. Wilt u het laten nakijken zonder dat er een beurt aan vastzit, dan kunt u een moment inplannen via een afspraak voor de werkplaats. Meer uitleg over onderhoud en techniek staat in onze kennisbank, bijvoorbeeld de pagina over banden van een Tesla, waar het hogere gewicht de spanning extra belangrijk maakt.
De officiële eisen aan banden bij de keuring staan beschreven bij de RDW over de APK. De ANWB publiceert daarnaast praktische achtergrond over bandenkeuze en spanning.
Eén keer per maand is een goede gewoonte, en daarnaast voor elke lange of zwaar beladen rit. Een band verliest langzaam lucht zonder dat er iets mis is, dus ook een gezonde band loopt in een paar maanden merkbaar leeg.
Dat mag, maar het hoeft niet. Stikstof zet iets minder uit bij warmte en ontsnapt iets langzamer, maar bij normaal personenautogebruik is het verschil klein. Belangrijker is dat u regelmatig meet, met welk gas er ook in zit.
Meestal omdat het systeem nog opnieuw moet worden aangeleerd nadat de spanning is aangepast. Gebeurt dat niet of blijft het lampje terugkomen, dan meldt een sensor niet meer, bijvoorbeeld door een lege sensorbatterij. Dat is met uitleesapparatuur vast te stellen.
Dan geldt de sticker in de deurstijl niet meer, want die hoort bij de originele maat. Bij een andere maat hoort een andere spanning, afhankelijk van het draagvermogen van de band. Laat de juiste waarde opzoeken in de fabrieksgegevens voordat u op gevoel oppompt.
Een paar kilometer rustig rijden met een licht zachte band gaat meestal goed. Is de band duidelijk plat, rijd dan niet door: de zijwand raakt dan beschadigd en de band is daarna niet meer te repareren. Pomp eerst op of laat de auto ophalen.
Plan online een afspraak bij de vestiging bij u in de buurt: Bergschenhoek, Rotterdam-Ommoord of Delfgauw.
Afspraak maken