Uw banden zijn het enige contact tussen de auto en de weg, en profiel bepaalt hoe snel u op een natte weg tot stilstand komt. Hier leest u wat de wet eist, hoe u het profiel zelf meet en wanneer vervangen verstandig is.
In Nederland moet een personenauto minimaal 1,6 millimeter profiel hebben. Die eis geldt niet op een enkel plekje, maar over de hele omtrek van de band en over het grootste deel van de breedte van het loopvlak. Zit u eronder, dan is de auto niet rijwaardig: u wordt bij de APK afgekeurd en u bent bij een ongeluk slechter af, zowel op de weg als bij de verzekeraar. Wat de keurmeester nog meer nakijkt, legt de RDW uit op zijn pagina over de APK.
Die 1,6 millimeter is een ondergrens, geen streefwaarde. Het verschil tussen een band met 4 millimeter en een band met 2 millimeter merkt u niet op een droge weg, maar wel op een natte: een band met weinig profiel kan het water niet meer wegvoeren en gaat eerder aquaplaning vertonen. De remweg op een natte weg wordt daardoor flink langer. Daarom adviseren wij om zomerbanden rond de 3 millimeter te vervangen en winter- of all-seasonbanden al rond de 4 millimeter.
Elke band heeft kleine verhogingen in de groeven van het loopvlak, de slijtage-indicatoren. Die staan precies op 1,6 millimeter. Loopt het loopvlak gelijk met die blokjes, dan heeft de band de wettelijke grens bereikt en moet hij eraf. U vindt ze door op de zijkant van de band de kleine driehoekjes of de letters TWI te zoeken; in het verlengde daarvan zit de indicator in de groef.
Heeft u geen meter, dan geeft een muntstuk een ruwe indicatie. De rand van een 2-euromunt is ongeveer 4 millimeter breed. Zet de munt met de rand in de groef: verdwijnt die rand helemaal, dan zit u ruim boven de grens; blijft er een flink deel van de rand zichtbaar, dan is het tijd om er serieus naar te laten kijken. Het is geen meting waarop u een beslissing moet baseren, maar het werkt wel om te zien of er iets aan de hand is.
Een profieldieptemeter kost weinig en meet wat er echt staat. Meet per band op drie plekken over de breedte van het loopvlak, en herhaal dat op twee of drie plaatsen rond de band. Noteer de laagste waarde, want daar wordt u op afgerekend. Doe dit bij alle vier de banden, en vergeet het reservewiel niet als u dat heeft.
Ongelijke slijtage vertelt iets over de auto, niet alleen over de band. Slijt een band vooral aan de binnen- of buitenkant van het loopvlak, dan staan de wielen niet goed uitgelijnd; dat zien we vaak terug na een flinke stoeprand of een kuil. Die stand is te meten en te corrigeren, en hoe dat gaat, leest u op onze pagina over uitlijnen. Slijt een band in het midden, dan heeft hij structureel te veel lucht gehad; slijt hij juist aan beide buitenranden, dan te weinig. Controleer de spanning daarom maandelijks, bij koude banden, en houd de waarden aan die op de sticker in het deurkozijn of in de tankklep staan.
Let ook op de leeftijd van de band. Op de zijkant staat een code van vier cijfers die de productieweek en het jaar aangeeft: 2219 betekent week 22 van 2019. Rubber veroudert ook als er niet op gereden wordt, en fabrikanten en consumentenorganisaties adviseren banden na ongeveer acht tot tien jaar te vervangen, ook als er nog profiel op staat. Scheurtjes in de zijwand of een verharde, glanzende toplaag zijn signalen dat de band zijn tijd heeft gehad.
Een winterband werkt door zijn zachtere rubber en zijn lamellen: fijne inkepingen die water en sneeuw wegvoeren en grip geven. Wordt het profiel ondieper, dan verdwijnen die lamellen als eerste en blijft er een band over die wettelijk nog mag, maar zijn winter-eigenschappen heeft verloren. Daarom is 4 millimeter voor een winterband de praktische ondergrens. Hetzelfde geldt voor all-seasonbanden, die het hele jaar een compromis moeten rijden. Wanneer u het beste wisselt, hebben we uitgewerkt op winterbanden: wanneer wisselen, en rijdt u naar het buitenland, kijk dan ook naar de regels op winterbanden in Duitsland en bij all-season banden in Duitsland.
Bij elke APK en bij elke onderhoudsbeurt meten wij het profiel en noteren we per wiel wat er nog op staat. Dat is nuttiger dan een enkele meting, want zo weet u of u nog een seizoen vooruit kunt of niet. Bij de seizoenswissel gebeurt hetzelfde: we meten de banden die eraf gaan voordat ze de opslag in gaan, zodat u in het voorjaar niet voor een verrassing staat. Hoe die opslag bij ons werkt, staat op bandenwissel en bandenhotel.
Is uw auto op de banden afgekeurd, dan hoeft dat geen groot probleem te zijn: het is een reparatie die we direct kunnen uitvoeren, waarna de auto dezelfde dag opnieuw gekeurd wordt. Wat er bij een afkeuring verder gebeurt, leest u op APK afgekeurd: wat nu. Wilt u gewoon weten waar u staat, maak dan een afspraak via de werkplaatsafspraak bij de vestiging in Bergschenhoek, Rotterdam-Ommoord of Delfgauw; alle uitleg over onderhoud vindt u verder in de kennisbank.
Wettelijk 1,6 millimeter, gemeten over de hele omtrek en over vrijwel de hele breedte van het loopvlak. Voor zomerbanden adviseren wij vervangen rond 3 millimeter en voor winter- en all-seasonbanden rond 4 millimeter, omdat de grip op een natte of besneeuwde weg daaronder snel afneemt.
Dat mag, maar plaats de twee banden met het meeste profiel dan op de achteras. Dat klinkt tegenintuitief, maar banden met minder grip achter maken de auto bij nat weer onvoorspelbaar in een bocht. Combineer binnen een as altijd dezelfde maat en hetzelfde type.
Op de zijwand staat een viercijferige code: de eerste twee cijfers zijn de productieweek, de laatste twee het jaar. Een band van tien jaar oud met veel profiel is alsnog verdacht, omdat rubber in de loop der jaren uithardt.
Ja. Bij een APK, een onderhoudsbeurt en bij de seizoenswissel meten we standaard alle wielen en zetten we de waarden op uw werkorder, zodat u weet wanneer u aan vervanging moet gaan denken.
Plan online een afspraak bij de vestiging bij u in de buurt: Bergschenhoek, Rotterdam-Ommoord of Delfgauw.
Afspraak maken