Voormistlampen mogen bij slecht zicht, het achtermistlicht alleen bij dichte mist. Hieronder leest u welke regel wanneer geldt en waar de werkplaats op let.
Mistlampen gebruiken mag zodra mist, sneeuw of zware regen het zicht beperkt. Het achtermistlicht mag alleen aan bij zicht van minder dan vijftig meter. Twijfelt u of uw verlichting het nog goed doet? Plan een controle in de werkplaats.
Voormistlampen zitten laag in de bumper. Ze schijnen breed en vlak, zodat het licht onder de mistbank door over het wegdek strijkt. Daardoor ziet u de belijning en de berm beter dan met dimlicht alleen.
Het achtermistlicht werkt precies omgekeerd. Dat is één fel rood licht, bedoeld om uzelf op tijd zichtbaar te maken voor de auto achter u. Het is veel helderder dan een gewoon achterlicht.
Het Reglement verkeersregels en verkeerstekens, het RVV uit 1990, staat het achtermistlicht alleen toe wanneer het zicht door mist, sneeuwval of regen minder is dan vijftig meter. Boven die grens hoort het uit. De reden is dat het licht zo fel is dat het bij redelijk zicht de bestuurder achter u verblindt en uw richtingaanwijzer en remlicht overstraalt.
Vijftig meter inschatten lukt het best met de hectometerbordjes langs de snelweg of met de lantaarnpalen op een provinciale weg. Ziet u het volgende bordje niet meer, dan zit u onder de grens. Trekt de mist weg, zet het licht dan meteen weer uit.
Voormistlampen kennen die harde grens niet. Die mogen aan zodra het zicht door het weer slecht is, dus ook bij een stortbui of opwaaiende sneeuw. Ze vervangen het dimlicht niet; dimlicht blijft altijd aan.
Groot licht en mist gaan niet samen. De waterdruppels kaatsen het licht terug, waardoor u een witte muur voor u krijgt en nog minder ziet. Dimlicht plus voormistlampen geeft het rustigste beeld.
Rijdt u met een auto die de lichten zelf regelt, weet dan dat de automaat de mistlampen niet voor u aanzet. De lichtsensor reageert op omgevingslicht, niet op zicht. Bij mist op klaarlichte dag blijft de verlichting dus uit totdat u zelf ingrijpt.
Verlichting is een vast onderdeel van de APK. Gekeken wordt of de lampen die op de auto zitten werken, de juiste kleur hebben en goed zijn afgesteld. Een voormistlamp die water heeft gezogen of een achtermistlicht dat niet brandt, levert een opmerking of een afkeuring op. Welke punten er verder langskomen, staat op onze pagina over de APK-keuringspunten.
In de werkplaats van Hofman Automotive, met vestigingen in Bergschenhoek, Rotterdam-Ommoord en Delfgauw, hoort de lichtcontrole bij elke onderhoudsbeurt. Lampen worden nagelopen, de afstelling wordt gemeten en beslagen units worden gemeld. Hoe u zelf uw verlichting nakijkt, leest u bij het controleren van uw autoverlichting.
Staat een lamp op de bumper los of vol condens na een aanrijding, dan is dat schadewerk en niet alleen een lampje. Daarvoor kunt u terecht bij de schadeafdeling in Bergschenhoek.
Onthoud twee dingen en u zit altijd goed. Voormistlampen mogen aan bij slecht zicht door het weer, naast uw dimlicht. Het achtermistlicht gaat alleen aan onder de vijftig meter en meteen weer uit als de mist optrekt. Merkt u dat een mistlamp niet brandt, zwakker schijnt of vol condens staat, laat hem dan nakijken voordat de donkere maanden echt beginnen. Een afspraak maakt u bij de werkplaats; verwante onderwerpen over onderhoud en veiligheid vindt u in onze kennisbank.
Nee. Voormistlampen zijn bedoeld voor slecht zicht door mist, sneeuw of zware regen. Bij normaal zicht horen ze uit, omdat het brede lage licht tegemoetkomend verkeer hindert. Als sfeerverlichting of extra dagrijlicht zijn ze niet toegestaan.
Alleen als het zicht daardoor onder vijftig meter zakt. Bij een gewone regenbui is dat zelden het geval. Zet het licht dus niet standaard aan bij slecht weer, maar pas wanneer u de hectometerbordjes of lantaarnpalen voor u niet meer onderscheidt.
Mistlampen voor zijn niet verplicht; veel auto's hebben ze niet. Wat wel geldt: zit de verlichting op de auto, dan moet die werken en goed zijn afgesteld om door de APK te komen. Een defecte of beslagen unit laat u dus repareren of verwijderen volgens de regels.
Doorgaans door een beschadigde of verouderde afdichting. Mistlampen zitten laag en krijgen het volle pond aan water, zout en steenslag. Zodra er vocht in blijft staan, gaat de reflector dof worden en neemt de lichtopbrengst af. Laat de unit dan vervangen.
Nauwelijks. Verlichting verbruikt weinig vergeleken met rijden en verwarmen, zeker bij ledunits. Het verbruik in de winter wordt vooral bepaald door de temperatuur en de kachel, niet door uw lichten. Rijd dus met de juiste verlichting aan, ook als u op actieradius let.
Plan online een afspraak bij de vestiging bij u in de buurt: Bergschenhoek, Rotterdam-Ommoord of Delfgauw.
Afspraak maken