Een automaat schakelt zelf, maar vraagt wel een andere rijstijl dan een handbak. Wij leggen uit wat de standen doen, hoe u remt en stilstaat, en welk onderhoud een automatische transmissie nodig heeft.
Bijna elke automaat heeft vier hoofdstanden: P, R, N en D. Daarnaast ziet u op veel auto's nog een extra stand voor zwaar werk of voor handmatig schakelen.
P (park) vergrendelt de transmissie zodat de auto niet kan wegrollen. U zet de auto pas in P als hij echt stilstaat. R (reverse) is achteruit, ook alleen te kiezen bij stilstand. N (neutraal) is vrij: de motor drijft de wielen niet aan, maar er is geen vergrendeling, dus de auto kan wegrollen. D (drive) is vooruit; de transmissie kiest zelf de versnelling.
De extra stand heeft per merk een andere naam. L of 2 houdt de auto in een lage versnelling, handig op een lange afdaling of met een aanhanger. B komt u tegen bij hybrides en elektrische auto's en versterkt het afremmen op de motor, waarbij energie naar de accu gaat. S staat voor een sportievere schakelstrategie: later opschakelen, eerder terugschakelen. Met de handmatige stand of de flippers achter het stuur kiest u zelf, waarbij de auto blijft ingrijpen als u iets kiest wat de motor zou schaden.
Hoe deze standen bij een specifieke auto heten en wat ze doen, staat altijd in het instructieboekje. Een korte achtergrond over de verschillende soorten transmissies vindt u in de uitleg over automatische transmissies. Dat verschil is relevant: een klassieke torque-converterautomaat, een automaat met dubbele koppeling, een CVT en de enkele overbrenging van een elektrische auto voelen alle vier anders.
Bij een automaat drukt u het rempedaal in voordat u uit P wegschakelt. Veel auto's laten u niet uit P komen zolang u niet remt. U wacht kort tot de transmissie de stand echt heeft gepakt en laat dan het rempedaal los.
De meeste automaten kruipen vooruit zodra u het rempedaal lost, ook zonder gas. Dat kruipen is bruikbaar bij inparkeren en bij stapvoets rijden in de file: met kleine dosering op de rem houdt u de auto onder controle zonder gas te geven. Wat u niet doet, is met uw linkervoet de rem licht aanhouden terwijl u gas geeft. De remmen worden dan warm zonder dat u het merkt.
Bij een korte stop voor een verkeerslicht laat u de auto gewoon in D staan met de voet op de rem of met de elektrische parkeerrem erop. In N zetten heeft geen voordeel en verhoogt alleen de kans dat u wegrolt. Staat u langer stil, bijvoorbeeld bij een brug of een spoorwegovergang, dan is P met de parkeerrem erop rustiger voor uw voet en voor de transmissie.
Op een helling zet u eerst de parkeerrem erop en dan de auto in P. Doet u het omgekeerd, dan rust het hele gewicht van de auto op de parkeerpal in de transmissie. Dat is waar die pal voor gemaakt is, maar het geeft bij wegschakelen die harde klik die veel mensen kennen, en het is onnodige belasting.
Een automaat duwstart u niet. Bij een handbak kunt u de motor via de wielen aan het draaien krijgen, maar een automatische transmissie brengt die beweging niet naar de motor over. Het heeft dus geen zin en u loopt onnodig risico in het verkeer. Start de auto niet, kijk dan eerst naar de 12-voltaccu; wat u daarmee kunt, staat op onze pagina's over startkabels aansluiten en over een accu die het niet meer doet.
Slepen vraagt ook aandacht. Bij veel automaten mag de auto niet of alleen over een korte afstand en met lage snelheid met de aangedreven wielen op de grond worden gesleept, omdat de pomp in de transmissie dan niet rondpompt en de interne delen zonder olie komen te staan. Wat voor uw auto geldt, staat in het instructieboekje. Bij twijfel is een takelwagen met de aangedreven wielen van de weg altijd de veilige keuze. Bij een elektrische auto en bij veel hybrides is slepen met de wielen op de grond niet toegestaan.
Een automaat is onderhoudsgevoeliger dan veel mensen denken. De transmissieolie smeert, koelt en stuurt in veel gevallen ook de schakelingen aan. Fabrikanten noemen soms een olie die een autoleven mee zou gaan, maar in de praktijk zien wij dat ververschen of spoelen bij hogere kilometerstanden het schakelen merkbaar verbetert en problemen voorkomt. Wat dat inhoudt, leest u op onze pagina over een automaat spoelen.
Let zelf op drie signalen: schokken of een slag bij het op- of terugschakelen, een auto die bij gasgeven wel toeren maakt maar niet versnelt, en een brandlucht of donker gekleurde transmissieolie. Komt een van die signalen voor, laat het dan nakijken voordat u verder rijdt. Ook een melding op het dashboard over de transmissie of een auto die zichzelf in een beperkte stand zet, is een reden om langs te komen. Bij onze werkplaats kijken wij met uitleesapparatuur mee naar de foutcodes en de temperatuur van de transmissie; een afspraak maakt u via het afsprakenformulier.
Overweegt u de overstap naar een automaat, dan is de keuze van het type transmissie belangrijker dan het merk van de auto. Wat u bij aankoop controleert, staat op onze pagina over een tweedehands auto met automaat. Meer uitleg over techniek en onderhoud vindt u in onze kennisbank.
Bij een korte stop blijft u in D staan, met de voet op de rem of de parkeerrem erop. N geeft geen voordeel en de auto kan dan wegrollen. Staat u langer stil, kies dan P.
Dat mag, binnen het trekgewicht dat bij het kenteken van uw auto staat. Gebruik op een lange afdaling de lage of handmatige stand, zodat u op de motor afremt in plaats van op de remmen.
Nee. Een automatische transmissie brengt de beweging van de wielen niet naar de motor over, dus duwstarten werkt niet. Gebruik startkabels of een startbooster, of laat de accu nakijken.
Dat verschilt per auto en per type transmissie; het onderhoudsschema van de fabrikant is het uitgangspunt. Wij kijken bij een onderhoudsbeurt naar de staat van de olie en naar de kilometerstand en zeggen u dan wat wij adviseren.
Bij moderne automaten met zes of meer verzetten is het verschil klein en soms in het voordeel van de automaat, omdat de transmissie consequenter in het gunstige toerengebied schakelt. Bij oudere automaten met drie of vier verzetten is het verbruik doorgaans wel hoger.
Bergschenhoek, Rotterdam-Ommoord en Delfgauw: drie vestigingen met occasions, werkplaats en showroom.
Bekijk de vestigingen