Blijft het bandenspanningslampje branden terwijl de spanning goed is, dan is vaak de sensor of de reset het probleem. Hieronder leest u wat TPMS doet en wat eraan te doen is.
Het gele lampje met het uitroepteken in een hoefijzer hoort bij het bandenspanningscontrolesysteem, ook wel TPMS. Het waarschuwt zodra de druk in een of meer banden te laag wordt. Dat is meer dan comfort: een te zachte band slijt sneller, stuurt onrustig en verbruikt extra brandstof.
Sinds 1 november 2014 moet elke nieuwe personenauto die in de Europese Unie wordt toegelaten zo'n systeem hebben. Rijdt u in een auto van dat bouwjaar of jonger, dan zit het er dus in. Welke variant erin zit, verschilt per merk en per uitvoering.
Belangrijk verschil: een knipperend of blijvend brandend lampje betekent niet altijd te weinig lucht. Het systeem meldt op dezelfde manier dat het zichzelf niet meer kan controleren. Dat laatste is precies wat er gebeurt bij een defecte sensor.
Bij een direct systeem zit in elke wiel een sensor die de druk echt meet en per radiografisch signaal doorgeeft. Die sensor heeft een eigen batterij die niet te vervangen is; na een aantal jaren valt hij stil. Dan moet de hele sensor eruit, meestal bij de bandenwissel.
Bij een indirect systeem zitten er geen sensoren in de wielen. De auto kijkt via de ABS-sensoren naar het toerental van elk wiel. Een zachtere band draait iets sneller rond en dat verschil ziet de computer. Dit systeem is goedkoper, maar het moet na elke correctie opnieuw worden aangeleerd.
Welk systeem u hebt, bepaalt wat een storing kost en hoe die wordt opgelost. In de werkplaats lezen wij dat uit met de diagnoseapparatuur. Wilt u uw spanning eerst zelf nakijken, dan helpt onze uitleg over het controleren van de bandenspanning u op weg.
De meest voorkomende reden is simpel: het systeem is niet opnieuw aangeleerd. Bij een indirect systeem moet u na het oppompen of wisselen een resetprocedure doorlopen. Bij een direct systeem moeten de nieuwe sensorposities worden ingelezen, vooral als u van zomer- naar winterset gaat.
Daarnaast komen deze oorzaken vaak voorbij in de werkplaats:
Laat u uw banden bij ons wisselen, dan nemen wij het aanleren en uitlezen daarin mee. Hoe dat loopt en wat wij met uw tweede set doen, staat op onze pagina over de bandenwissel en het bandenhotel.
Ga bij een brandend lampje altijd eerst langs een pompje en vul alle vier de banden op de juiste druk. De waarden staan op de sticker in de deurstijl of in de tankklep. Rijd daarna een stukje en kijk of het lampje uitgaat.
Blijft het branden terwijl de spanning klopt, dan wijst dat op het systeem zelf. Kijk in dat geval ook naar het profiel en naar de leeftijd van de band; de uitleg over het bandenprofiel laat zien waar u op let. Verliest één band steeds lucht, dan leest u bij een lekke band wat u onderweg kunt doen.
Wij vervangen een sensor in de regel tijdens het demonteren van de band, want het ventiel zit aan de binnenkant. Daarom is de bandenwissel het natuurlijke moment om dit te laten oplossen. Plan een afspraak in de werkplaats en geef aan dat het lampje brandt; dan zetten wij de uitleesapparatuur klaar.
Een brandend bandenspanningslampje is geen reden om te blijven staan, maar wel om het binnen een paar dagen te laten nakijken. U rijdt immers zonder waarschuwing als er écht lucht uit een band loopt. Dat is vooral in de winter en op vakantie een risico.
Laat de storing meelopen met een onderhoudsbeurt of de bandenwissel, dan betaalt u geen extra demontage. Meer uitleg over banden, keuringen en onderhoud vindt u in onze kennisbank, en wat wij in de werkplaats doen staat op de pagina van onze werkplaats.
Ja, u kunt doorrijden, maar u mist de waarschuwing bij een zakkende band. Controleer de spanning dan zelf elke twee weken met een pompje en laat de sensor bij de eerstvolgende gelegenheid vervangen.
Ja. Elke sensor werkt zelfstandig, dus bij één lege batterij vervangen wij alleen dat wiel. Zijn alle sensoren even oud, dan volgen de andere drie meestal binnen een jaar; dat kan reden zijn ze samen te doen.
Omdat het systeem opnieuw moet worden aangeleerd. Bij een indirect systeem doorloopt u daarvoor een resetprocedure via het menu of een knop. Werkt dat niet, dan is er een storing in het systeem zelf.
Bij een direct systeem wel, anders blijft het lampje branden zodra die set erop zit. Bij een indirect systeem niet, omdat de auto geen sensoren uitleest maar het toerental van de wielen vergelijkt.
Plan online een afspraak bij de vestiging bij u in de buurt: Bergschenhoek, Rotterdam-Ommoord of Delfgauw.
Afspraak maken