Bij een elektrische auto horen twee kabels: een mode 2-kabel voor een gewoon stopcontact en een mode 3-kabel voor laadpalen. Hieronder staat welke kabel waarvoor dient en waarom het aantal fasen en ampères uw laadsnelheid bepaalt.
Welke laadkabel elektrische auto's nodig hebben, hangt af van twee dingen: de aansluiting op de auto en de boordlader erachter. Er zijn twee soorten: mode 2 voor een gewoon stopcontact en mode 3 voor een laadpaal. Bekijk ons aanbod elektrische occasions of plan een laadcontrole in de werkplaats.
De mode 2-kabel heeft een kastje in de kabel. Dat kastje begrenst de stroom, controleert de aardverbinding en schakelt af bij een fout. Daarom laadt u er langzaam mee: een huishoudelijke groep is niet gemaakt voor uren maximale belasting.
Bij de mode 3-kabel zitten de beveiliging en de meting in de laadpaal. De kabel geeft alleen door wat de paal en de auto samen aankunnen. Aan een snellader gebruikt u geen eigen kabel; die zit vast aan de lader en voert gelijkstroom naar de accu.
Wij verkopen en onderhouden elektrische auto's op onze drie vestigingen in Bergschenhoek, Rotterdam-Ommoord en Delfgauw, en controleren laadklep, kabel en boordlader in onze eigen werkplaats. Waar u terechtkunt, staat op de vestigingspagina Rotterdam.
De aansluiting op de auto bepaalt welke kabel past. Recente auto's in Europa hebben een Type 2-aansluiting met zeven contacten. Oudere modellen uit Japan en de Verenigde Staten hebben soms Type 1 met vijf contacten.
Voor snelladen is CCS de standaard: dezelfde Type 2-opening met twee extra contacten eronder. Enkele oudere auto's snelladen met CHAdeMO, een ronde aansluiting naast de laadklep. Kijkt u naar een gebruikte EV, controleer dan welke aansluiting erop zit. Dat bepaalt waar u onderweg kunt laden.
Het laden van elektrische auto's is vastgelegd in de internationale norm IEC 61851, die vier modes onderscheidt. Mode 2 laadt via een huishoudelijke contactdoos, met een beveiligingskastje in de kabel. Mode 3 loopt via een vast laadpunt met Type 2-stekker. Mode 4 is gelijkstroom uit een snellader. Sinds de Europese richtlijn 2014/94/EU is Type 2 in de Europese Unie de voorgeschreven aansluiting voor laden met wisselstroom.
Een verloop tussen Type 1 en Type 2 bestaat als complete kabel, niet als los koppelstuk. Gebruik geen losse adapters in de laadketen. Elke extra overgang is een plek waar warmte ontstaat.
Twee getallen op de kabel doen het werk: het aantal fasen en het aantal ampères. Eenfasig 16 ampère draagt ongeveer 3,7 kilowatt. Driefasig 16 ampère komt op ongeveer 11 kilowatt en driefasig 32 ampère op ongeveer 22 kilowatt.
De traagste schakel bepaalt de uitkomst. Heeft uw auto een eenfasige boordlader, dan laadt hij met een driefasige kabel nog steeds eenfasig. Staat u aan een paal van 11 kilowatt, dan verandert een zwaardere kabel niets. Wat uw auto aankan, staat in het instructieboekje bij de gegevens van de boordlader.
Koop dus een kabel die bij de auto past, niet bij de zwaarste paal die u ooit tegenkomt. Een driefasige 32-ampèrekabel is dikker, stijver en zwaarder bij het opbergen. Laadt uw auto onverwacht langzaam terwijl de kabel klopt, kijk dan bij een Tesla die langzaam laadt: dat patroon geldt ook voor andere merken.
Een laadkabel ligt buiten, in de regen, en auto's rijden erover. Gebruik hem nooit met een verlengsnoer of een haspel. Rol de kabel bij gebruik helemaal uit, want opgerolde windingen worden warm.
Controleer de contactpennen een paar keer per jaar. Zwarte of aangeslagen pennen, een vervormde rand of een stekker die niet soepel klikt wijzen op warmte. Vervangen is dan de enige goede route. Berg de kabel op in een tas, zodat de stekkers niet over de laadvloer schuiven.
Laadt u thuis aan een gewoon stopcontact, laat dan de groep en de wandcontactdoos nakijken door een installateur. Wat daarbij komt kijken, staat bij thuis laden van een elektrische auto. In de winter is de kabel stijver en laadt de auto langzamer door het voorverwarmen van de accu; dat verklaart ook de lagere actieradius in de winter.
Wilt u weten wat de accu van een gebruikte EV nog waard is, dan meten wij dat; zie de accutest voor een elektrische auto. Rijdt u een OMODA, dan staan de laadeigenschappen per uitvoering bij laden en rijbereik van de OMODA 5 EV.
Zoek eerst op of uw auto eenfasig of driefasig laadt en hoeveel ampère de boordlader aankan. Kies daarna een mode 3-kabel die daarbij past, in een lengte die bij uw oprit of vaste laadplek hoort. Houd de mode 2-kabel in de auto als noodoplossing.
Koopt u bij ons een elektrische occasion, dan lopen we samen na welke kabels erbij horen en in welke staat ze zijn. Meer uitleg over accu's, laden en onderhoud vindt u in onze kennisbank.
Ja. Laadpalen in Nederland hebben contactdozen en geen vaste kabel, dus u sluit aan met uw eigen mode 3-kabel. Alleen bij snelladers zit de kabel vast aan de lader.
Ja, met de bijgeleverde mode 2-kabel, maar zie het als noodoplossing. Een huishoudelijke groep wordt zwaar belast als er uren stroom door loopt. Laat de groep en de contactdoos beoordelen voordat u dit vaak doet.
Type 2 is de Europese standaard met zeven contacten en laadt eenfasig en driefasig. Type 1 heeft vijf contacten en laadt alleen eenfasig. Een Type 1-auto laadt aan een Europese paal met een kabel die beide stekkers combineert.
Alleen als de kabel nu de beperking is. De boordlader, de laadpaal en de kabel bepalen samen de snelheid, en de traagste schakel wint. Bij een eenfasige boordlader verandert een driefasige kabel niets.
Jaren, als u hem droog opbergt en niet knikt. Let op de contactpennen: verkleuring, vervorming of een stekker die warm aanvoelt na het laden zijn redenen om de kabel te vervangen.
Alle occasions van onze drie vestigingen, met foto’s, prijzen en de mogelijkheid om direct een proefrit te plannen.
Naar de occasions