De kleur van een waarschuwingslampje zegt hoe hard u moet handelen: rood betekent stoppen, oranje betekent laten nakijken en groen of blauw is alleen informatie. Hier leest u per kleur wat de belangrijkste lampjes betekenen.
Elke autofabrikant gebruikt eigen symbolen, maar het kleurenschema is overal hetzelfde. Rood betekent dat er direct iets moet gebeuren. Oranje of geel betekent dat een systeem een storing heeft gemeld en dat de auto moet worden uitgelezen. Groen en blauw zijn geen waarschuwing: die lampjes vertellen u alleen dat een functie aanstaat, zoals het grootlicht of de cruise control.
Dat onderscheid is de kern van alle waarschuwingslampjes in de auto. Twijfelt u over een symbool, zoek het dan op in het instructieboekje van uw eigen auto. De symbolen voor olie, koeling, rem en accu zijn vrijwel universeel; de rest verschilt per merk en bouwjaar.
Een lampje dat kort opkomt bij het starten en daarna uitgaat, hoort erbij. Bij het aanzetten van het contact doorloopt de auto een zelftest. Blijft een lampje branden na die test, dan is er een melding vastgelegd.
Bij een rood lampje rijdt u door op risico van schade of op risico van uw eigen veiligheid. Zet de auto zo snel als veilig kan aan de kant en laat de motor uit.
Loopt de temperatuur op, laat de motor dan eerst afkoelen voordat u de vuldop opent. Hoe u het niveau daarna veilig bijvult, staat op onze uitleg over koelvloeistof bijvullen. Blijft de auto staan omdat er geen spanning meer is, dan helpt de pagina over een auto die niet start u verder.
Oranje lampjes vragen aandacht, maar niet per direct. De auto rijdt vaak gewoon door, soms met verminderd vermogen omdat de motorregeling zelf terugschakelt naar een veilige stand.
Het motorstoringslampje is de bekendste. Brandt het constant, dan staat er een foutcode in het geheugen die wij kunnen uitlezen. Knippert het, dan stopt u beter wel: dat wijst op onverbrande brandstof die de katalysator kan beschadigen. Wat er bij het uitlezen gebeurt, leest u op de pagina over het motorstoringslampje uitlezen.
Het lampje voor de bandenspanning gaat aan bij een drukverschil van enkele tienden van een bar, dus ook bij kou of een langzaam lekkende band. Controleer de spanning eerst zelf; zo controleert u de bandenspanning. Gaat het lampje daarna niet uit, dan moet het systeem opnieuw worden ingelezen.
De lampjes voor ABS en voor de stabiliteitsregeling betekenen dat die hulpsystemen zijn uitgeschakeld. Remmen en rijden kan nog, maar zonder vangnet bij een noodstop of op glad wegdek. Hoe dat systeem werkt, staat op onze uitleg over ESP en tractiecontrole.
Het airbaglampje is een geval apart. Brandt het, dan is niet zeker of de airbags en de gordelspanners bij een aanrijding werken. Dat is ook bij de APK een punt waar de keurmeester naar kijkt.
Een deel van de oranje lampjes heeft een simpele oorzaak die u zelf kunt uitsluiten. Een losse tankdop, een te lage bandenspanning of een kapot lampje in de achterlichtunit komen vaak voorbij. Een rondje om de auto met de lichten aan scheelt u soms een werkplaatsbezoek; zo loopt u de autoverlichting na.
Alles wat met de motorregeling, de remmen of de veiligheidssystemen te maken heeft, vraagt uitlezen met apparatuur. De foutcode vertelt welk onderdeel de melding gaf, niet automatisch wat er kapot is. Dat onderscheid is precies waarom raden duur uitpakt.
Wij lezen uit in onze eigen werkplaatsen in Bergschenhoek, Rotterdam-Ommoord en Delfgauw. Komt het lampje terug na het wissen, dan zoeken wij door tot de oorzaak boven water is. Meer uitleg over onderhoud en storingen vindt u in de kennisbank van Hofman Automotive.
Kijk eerst naar de kleur. Bij rood zet u de auto aan de kant en belt u ons; bij oranje maakt u een afspraak en rijdt u rustig door. Plan een afspraak in de werkplaats en geef door welk symbool u ziet, dan staat de juiste apparatuur klaar.
Bij een constant brandend lampje kunt u meestal rustig naar de werkplaats rijden, zeker als de auto normaal loopt. Knippert het lampje of verliest de auto vermogen, stop dan en laat de auto ophalen. Knipperen wijst op schade aan de katalysator.
Omdat lucht krimpt bij lagere temperatuur en de druk daardoor zakt. Na de eerste nachtvorst is dat een bekend moment. Spanning op peil brengen en het systeem opnieuw inlezen is genoeg; blijft het terugkomen, dan lekt er een band.
Ja. Een brandend airbaglampje, ABS-lampje of motorstoringslampje is bij de keuring een aandachtspunt en kan tot afkeuring leiden. Laat zulke meldingen dus vóór de keuring uitlezen en herstellen.
Wissen kan, maar het lost niets op: zodra het systeem de fout opnieuw vaststelt, staat het lampje er weer. Wij wissen daarom alleen na herstel of na een bewuste controle. Zo blijft de foutgeschiedenis bruikbaar.
Plan online een afspraak bij de vestiging bij u in de buurt: Bergschenhoek, Rotterdam-Ommoord of Delfgauw.
Afspraak maken